Wildernis Onder Water

Afgelopen zaterdag 21 april was het zover: de opnamen voor Wildernis Onder Water, met het Hydrofiel Foto&Video Team. Voor zij die nog niet weten waar het over gaat: Wildernis Onder Water is een natuurserie van de EO over het Nederlands onderwater leven.

Drijvende kracht achter dit projekt binnen Hydrofiel is Harry, die reeds lange tijd de contacten onderhield met de organisatie. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de opname sessie met het Foto&Video Team. Het thema van de aflevering is ‘Lang leve de Regen’, waarbij de focus lag op de visie van de Gemeente Groningen op regenwater in de stad, bij monde van de stads-ecoloog Klaas. Het weer werkte niet mee: het was namelijk een zon overgoten dag zonder ook maar één spoor van regen. Dat mocht de pret niet drukken.

De dag werd vormgegeven middels drie duiken: een duik in Meerstad (waterberging die een mooie plek vormt voor waternatuur), een duik in de Stadsparkvijver (hier behoeft de waterkwaliteit verbetering) en bij de ecologische wijk Drielanden (hier bezorgt regenwateropvang in de wijk schoon water en natuur).

De eerste duik was in Meerstad. David, Jelte en Jörgen gingen hier te water onder het toeziend oog van de crew, om na de duik verslag te doen aan Klaas, de stadsecoloog. Klaas vertaalde de waarnemingen naar uitspraken over de waterkwaliteit. Het zicht bedroeg echter slechts 50 cm, dus we zijn bang dat het vooroordeel van niet duiken Nederland dat duiken in eigen land donker en modderig is wederom bevestigd wordt. We wachten af…

 

 

 

 

 

 

Rond half een in de middag zette het team koers richting het Stadspark. Dat was voor de tweede ‘duikstek’. Nadat de groep bij Ni Hao genoten had van een zonovergoten lunch, gingen we weer aan het werk. Voordat Janwillem en ik (Jelte) te water gingen, had Liesbeth langs de waterkant, op het terras met een schepnetje een aantal dieren verzameld en in een met water gevulde emmer gedeponeerd. Samen met Sander (ons jongste clublid) presenteerde zij de inhoud van de emmer aan Harry en  Klaas. Voor de camera legden zij uit wat er zo in het water was aangetroffen. Levendbarende moerasslakken, rode muggelarven, dansende muggelarven (door mij ten onrechte ook wel aangeduid als witte muggelarven) en een aantal waterinsecten vielen op. Harry legde het bestaan van karperluis uit. Vervolgens gingen Janwillem en ik dus het donkerbruine vijverwater in. Dat werd geen duik, want het water was niet veel dieper dan pakweg vijftig centimeter. Het zicht was dito. Voorzien van een onderwaterlamp was er nog net iets te zien. Vooral zwanemosselen en (poel- en moeras)slakken. Daarnaast veel ciliaten, een enkele vlokreeft, hydra en muggelarf. Vanaf de oppervlakte zagen we echter ook flinke scholen jonge vis, waarschijnlijk baars. Ook vond ik waterpest. Opvallend was de flink gestegen watertemperatuur. Ik mat 16 á 17 graden. Dat is bepaald warm voor deze tijd van het jaar. Maar niet zo gek omdat het de weken ervoor zo warm was geweest. Na afloop van de waterexcursie, legde Klaas voor de camera uit wat de geschiedenis van dit water is en wat er zou moeten gebeuren om het water weer helderder en voor de mens zwembaar te maken.

 

 

 

 

 

 

Zo rond half vier – vier uur toog de groep naar Lewenborg om daar aan Stuurboordswal het water te gaan verkennen. Zoals Harry al had voorspeld, viel het zicht daar nog tegen. Wel filmde Arthur daar nog het vetje (Leucaspius delineatus), een karperachtig diertje van – daar – enkele centimeters lang. Het mannetje verzorgt en verdedigt daar de eieren die hij en het vrouwtje op rietstengels afzetten. Dat gebeurde daar toen ook en dat was zelfs vanaf de kant heel goed te zien. Verder vielen de inmiddels al groot aan het groeien soorten waterfonteinkruid op.

Na enig overleg besloten we dat de laatste duikstek de Noorddijk zou zijn. Dat ligt ten noorden van de stad, vlakbij Lewenborg. Ik was er nog nooit geweest en was verbaasd dat het landschap zo mooi was. We hebben bij de molen gedoken. Een prachtige plek, midden in de weilanden, met veel riet en pleisterplekken voor vogels. Het prachtige warme weer, zal de indruk alleen nog maar positiever hebben gemaakt.

  

Eenmaal daar aangekomen, ontving het echtpaar Magda en Ties dat de Noordermolen verzorgt en aan de dijk woont, ons gastvrij. Ook gaven zij ons allen uitleg over de omgeving. Naast de molen lopen twee brede, diepere sloten. Daar zijn we te water gegaan. Hoewel het water helaas ook daar minder helder was dan gebruikelijk, hebben we het water wel verkend. Arne, Arthur, Harry, Tally en ik gingen te water. Het water stroomde enigszins. Het water was ongeveer een meter diep, volgens Harry ondieper dan gebruikelijk. Voorbijgangers vertelden me dat er graskarpers waren uitgezet, maar die hebben we niet gezien. Ik zwom er tegen een flinke snoek aan (of omgekeerd, hij/zij tegen mij), een dier van ik schat wel zeventig centimeter. Harry vond nog een baars. Het water was echter zo dicht begroeid met draadalgen, gele plomp, waterpest en – bijzonder- blaasjeskruid dat het eenvoudigweg lastig was om veel meer ander niet plantaardig leven aan te treffen. Dat deden we wel. Waterslakken, cyclops, watervlooien, hydra’s en insectenlarven. Qua planten zijn de lisdoddes nog de moeite van het vermelden waard en de vraag die Harry en ik ons stellen, namelijk of we stijve waterranonkel (Harry) en/of de uitheemse Cabomba aquatica (een bekende aquariumplant; ik) hadden gezien. Harry en ik zoeken het nog uit! Terwijl wij in het water lagen en ons er weer uit hesen, legde Klaas voor de camera weer uit wat de geschiedenis van dit water is, hoe je op basis van de vegetatie en het landschap de waterkwaliteit kunt voorspellen en wat er gedaan zou kunnen worden om de kwaliteit verder te verbeteren. Zo sloten we deze prachtige, leerzame en gezellige dag ’s avonds even zevenen af. Ik vond het een prachtige ervaring. Met heel jonge en iets minder heel jonge duik-, water en natuurenthousiastelingen op pad vergezeld van een aantal sympathieke en zeer geïnteresseerde TV-professionals. Moet vervolgd!