Onbeweeglijke pissebedden in zee?

SOORTPASPOORT

Asgrauwe keverslak

Namen Asgrauwe keverslak. Lepidochitona cinerea.

Uiterlijk Hoewel algemeen vallen keverslakken niet op omdat ze vaak grauw zijn, vrij klein (tot 3 cm lang maar meestal kleiner) en veelal verborgen zitten. Hun lichaam bestaat uit een leerachtige zoom rond 8 kalkige platen. Als dakpannen met uitstekende lobben liggen ze op elkaar. Midden op de rug zijn de platen gekield en afwijkend van structuur dan nabij de randen. De kleuren variëren van licht (vooral rond de kiel) tot donker en meer of minder gecamoufleerd. Dit hangt samen met milieuverschillen en begroeiing er op. Onze dieren van veelal slikkig milieu zijn vaak grauwer (vandaar de naam) dan hun soortgenoten van meer zandig en stenig milieu.

Verwanten Ook al zien ze er door hun vorm een beetje uit als onbeweeglijke pissebedden, keverslakken zijn echte slakken. Ze worden wel gezien als nazaten van de vroegste slakken, dus als oerslakken, ongeveer zoals de eerste slakken er ooit uitzagen.

Voorkomen Bij ons komt de asgrauwe keverslak vooral voor in Zeeland en de Waddenzee en -kust waar je ze vindt in de getijdenzone, aan en op of onder schelpen, stenen of in stenige holten. Meestal tot slechts enkele meters diep maar er zijn ook waarnemingen bekend van dieren op veel grotere diepte.

Leefwijze & voortplanting De schelpplaten kunnen onderling enigszins scharnieren om beweging te faciliteren. Ze zijn doorsneden met gangen die van buiten leiden naar unieke zintuigen zoals lichtgevoeligheid plekken onder kleine lensjes van aragoniet; echte ogen ontbreken. Aan de buikzijde bevinden zich onder andere de kruipvoet, anus, kruipvoet en een kop met een mond met rasptong, die voedsel losschuurt met rijen kleine tandjes. Keverslakken zijn omnivoren die behalve algen en wieren ook stil zittende dieren (zakpijpen, mosdieren en andere) en ook bacteriën en detritus (organisch afval) eten. Opzij van de voet ligt een groef met daarin reuk- geslachts- en uitscheidingsorganen en bovendien een langgerekte rand van kieuwen. De dieren zijn van gescheiden geslacht. Eieren en zaadcellen worden in het water los gelaten en daar in de zomer / nazomer bevrucht, waarop de larven enige tijd deel uitmaken van het plankton. Wanneer ze hun rugplaten beginnen te ontwikkelen zakken ze naar de bodem. Na een jaar zijn de jonge dieren geslachtsrijp. Ze worden zo'n 5 jaar oud.

Bijzonderheden Met een lengte van 8 cm zien we in Egypte algemeen een veel grotere verwant maar de allergrootste soort is een Japanse die rond 35 cm groot wordt.