Duiken in de Milligerplas?

 

Een tijdje geleden kwam in de buitenduiken app groep de naam van de Milliger plas (in de Mastenbroekerpolder ten noordwesten van Zwolle) naar voren, met het idee daar ook eens een buitenduik te doen. Omdat ik al een tijdje mee ga binnen Hydrofiel wil ik even iets leuks van deze plas in herinnering brengen. Samen met Bert (mijn tweelingbroer, voor de nieuwsten onder ons) ben ik, nee zijn wij, daar al eens geweest voor een bijzondere werk-duik. Niet om te zoeken naar de plantjes en de beestjes boven het stof van de toen nog maar net uitgezogen plas, maar om er zelf flink wat stof op te doen waaien. Negentien jaar geleden (duik 595), op een zonnige dag 16 september 2000.

Die dag kwamen we daar samen met tal van andere duikers om gewapend met stofblowers aan de gang te gaan want de bodem van de plas, zoveel was al wel duidelijk, verhulde een geheim. Dat moest bloot gelegd en nader onderzocht worden. Aan ons allen de schone taak van de plas een zo grote stofbende te maken dat prompt niemand er meer iets van zou kunnen zien. Nou ja... voelen, dat wel. Om het omhoog te halen voor het echte onderzoek door stadsarcheoloog Hemmy Clevis. Met stofzuigers (“air-lift”) gingen we er aan de slag op uitnodiging van de LWAOW (Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water). Op zoek naar een verleden van nog veel verder terug dan die dag nu 19 jaar geleden. Ruwweg tweeduizend jaar terug.

 

Luchtfoto van het gebeid nu ('geleend' van het internet)

Als je hier als duiker zwemt (of als recreant speelt) doe je dat boven een bodem waar de resten in lagen (en waar ook nu onder het zand vast nog wel iets van over is) van een moerasbos dat daar vele eeuwen geleden gestaan heeft. Waar we 19 jaar geleden naar zochten was oud hout. De geheimen daar van waren gelegen in de details, de exacte ouderdom en al wat dat oeroude moerasbos nog meer prijs kon geven van de geschiedenis van het gebied.

 

Zo’n tweeduizend jaar geleden groeide hier een, naar Nederlandse maatstaven, heel bijzonder bos. Bijzonder door zijn grootte van vele hectaren en bijzonder in zijn soort, namelijk doordat het regelmatig overstroomd werd en daarom uiterst slecht groeide. Alleen bij Diemen en Rijswijk zijn nog twee soortgelijke bossen bekend. De eerste resten van dit bos werden ontdekt tijdens de aanleg van de wijk Stadshagen.

In dit gebied leidden periodieke overstromingen van de IJssel, werd ons verteld, tot het vertrek van de lokale bevolking en ontwikkelde zich er dit moeras met elzen, essen en later ook eiken. Het zachte hout van de elzen en essen was al  vrijwel vergaan maar van dat van de eiken bleven stammen over die we nu opdoken voor dendrochronologisch onderzoek (voor wie het niet kent, dat is onderzoek aan de hand van de jaarringen in het hout die inzicht geven in de exacte ouderdom, groeisnelheid, verstoringen daarin, enzovoort). Die ouderdom van "ongeveer tweeduizend jaar", die ons destijds gezegd werd, lijkt later bijgesteld te zijn, misschien juist als resultaat van het onderzoek, want op een Wikipedia site lees ik nu van een veel geringere ouderdom van tussen 500 en 100 na, in plaats van voor, Christus. Hoe dan ook, het was een oud bos.
De eikenstammen bleven bewaard door de bedekking met klei van de IJssel die ze conserveerde. De geringe dikte van de stammen en hun zeer dicht opeen liggende jaarringen, alsmede het ontbreken van zijtakken aan de tot wel 9 meter lange stammen die we vonden (die van Bert en mij was een van de langste die omhoog kwamen), toonden aan dat de bomen er zo dicht opeen groeiden dat ze elkaar in hun ontwikkeling belemmerden, naast dat ook de overstromingen hun groei hinderde. Zo werd er hier een tak / stam (?) gevonden met een doorsnee van slechts zo’n dertig centimeter die echter al bijna 340 jaar oud was. Een spectaculaire recordhouder die de moeizame overleving in delen van het moerasbos optimaal illustreerde.

Behalve dat dit voor ons natuurlijk een heel bijzondere en memorabele duik was (85 minuten tot 7,5 meter) die bijzondere resultaten opleverde, kregen we elk, als herinnering en dank voor onze stoffige arbeid, een mooie plak van een oude stam mee. De mijne heb ik langzaam laten drogen, daarna met schuurpapieren van afnemende korrelgrootte zo goed mogelijk geschuurd en sindsdien, nu al 19 jaar lang, gekoesterd.. Vergeleken met de recordhouder beleefde mijn eik betere, of tenminste een aantal betere, jaren. Zie de foto’s er van (de factor in de vergrotingen is altijd dezelfde ca. 35x). Hoeveel ringen tel je in die ca. 3cm in het beeld? Met andere woorden, ging het hem toen goed af of... zou het gebied toen weer eens overstroomd geweest zijn en bracht de boom het er maar net (of niet?) levend af? Merk op: de dwarse lijnen zijn mergstralen (waar voedselopslag in plaats had), de houtproductie van één groeijaar (dus één jaarring)  is altijd de breedtecombinatie van een ring grote voorjaars houtcellen (van relatief snelle groei) met die zo kleine (traag in de rest van het jaar gevormde) dat we de individuele cellen op deze manier niet terug herkennen.

 

Ook al zou er nu geen tak meer te vinden zijn, voor mij zal in de Milliger plas altijd dat oude moerasbos in mijn herinnering terug komen.

Harry Holsteijn

One Comment

Comments are closed.